Hoe enger, hoe beter

Halloween staat weer voor de deur. Niet opendoen! Of ben jij niet bang voor bloeddorstige monsters, moordenaars of geesten? Horrorfilms doen het bijzonder goed onder jongeren. Waarom vinden we horror juist zo aantrekkelijk, ook al jaagt het ons de stuipen op het lijf?

Het zal toch niet: autopech. Midden in het bos, net nu het regent en stormt. En dan is het ook nog eens volle maan. Het groepje jongeren rent een verlaten landhuis binnen, ondanks dat er in bloed de woorden ‘verboden toegang’ op de deur zijn geschreven. Een paar ogen, gehuld in duisternis, houdt ze in de gaten als ze via de krakende trap naar de kelder afdalen.

De paniek breekt uit als een van de jongeren opeens is verdwenen. De telefoon van het stoere meisje gaat. ‘Ik weet wie je bent…’, zegt een hijgerige stem. Haar twee vrienden worden op hetzelfde moment meegesleurd en verderop weinig subtiel in stukken gehakt. Het overgebleven meisje kan geen kant meer op. En daar verschijnt-ie: het gruwelijke, harige monster, met bloed aan zijn klauwen. Of: de halfbroer van Dracula, met een kettingzaag. En anders is het natuurlijk de psychisch gestoorde buurman, van wie je aan het begin van de film al dacht dat-ie niet spoorde.

Clichés

Geen enkel filmgenre kent zoveel clichés als horror. Geesten, zombies, stalkers, bezeten personen: grote kans dat ze voorbij komen als je een horrorfilm op je laptop aanzet. En toch schrikken we ervan, elke keer weer.

‘Het zijn allemaal elementen die inspelen op onze angsten’, legt Peter Verstraten uit. Hij is als filmwetenschapper verbonden aan de Universiteit Leiden en heeft in zijn leven ontelbaar veel horrorfilms gezien. ‘In elk filmgenre zie je dat er na een tijd ongeschreven regels en wetten ontstaan.’

Wel zijn er volgens Verstraten allerlei varianten te vinden binnen de horrorwereld. ‘Vroeger ging het vooral om grote monsters, zoals Dracula of King Kong. Tegenwoordig spelen horrorfilms zich vaker af in het normale leven. De film Psycho was de trendsetter, over een op het eerste gezicht normale moteleigenaar, die later een moordlustige gek blijkt te zijn. Dat is heel eng: als de donkere kant van de mens opeens naar boven komt.’

Groen bloed

Een apart genre is volgens Verstraten de zombiefilm. ‘Een beetje monster heeft nog wel een motief: haat, wrok of het wil gewoon bloed. Een zombie heeft dat allemaal niet.’

Hoe eng een zombie kan zijn, weet regisseur Martijn Smits maar al te goed. In 2012 maakte hij samen met Erwin van den Eshof de horrorkomedie Zombibi. ‘Ook al zitten er grappen in, het blijft horror’, vertelt Smits. ‘Op de set lagen heel wat losse ledematen en er waren emmers vol nepbloed nodig. Dat bloed was groen, omdat de zombies geïnfecteerd waren met een buitenaards virus. Een praktische reden was dat de film voor Kijkwijzer geschikt zou zijn voor twaalf jaar en ouder als we het bloed groen maakten. Met gewoon rood bloed zou dat zestien jaar en ouder zijn.’

Naast Zombibi heeft Smits nog veel meer horrorfilms op zijn naam staan. ‘Horror prikkelt mijn fantasie meer dan een gewone film dat doet. Een romantische komedie zal ik dan ook niet zo snel maken.’

verbeelding

Om mensen anderhalf uur lang op het puntje van hun stoel te laten zitten, is één belangrijk ingrediënt nodig: verbeelding. Verstraten: ‘Films met alleen maar bloed en slachtpartijen, die zijn vooral leuk voor mensen met een sterke maag. Een echte horrorfilm speelt juist met de verbeelding van de kijker. Je voelt dat er iets engs gebeurt maar je ziet het niet, het speelt zich allemaal buiten beeld af. Die constante spanning en onzekerheid, dat maakt horror zo aantrekkelijk.’

Een film waarin volgens Smits heel goed met de verbeelding wordt gespeeld, is Jaws. ‘Het monster, in dit geval die reusachtige witte haai, komt pas aan het einde van de film helemaal in beeld. Daardoor is de suspense enorm. Nu weet ik dat regisseur Steven Spielberg de haai eigenlijk in eerdere scènes al wilde laten zien, maar omdat de nephaai het telkens niet deed werd het moment steeds verder uitgesteld. Achteraf gezien een briljante zet want daardoor is Jaws nog enger geworden.’

hypnose

Dat Jaws inderdaad een bijzonder geslaagde horrorfilm is, bleek wel in de zomer van 1975 toen de film net was uitgebracht. Ondanks het mooie weer bleven de stranden akelig leeg, want na het zien van de blockbuster durfde niemand meer het water in.

‘Een goede horrorfilm werkt als hypnose’, legt Verstraten uit. ‘Als je ervoor openstaat en een knop omzet, kun je helemaal verdwijnen in het verhaal.’ Mensen vinden het ook leuk om bang gemaakt te worden, denkt Smits. ‘Je kunt meeleven met de hoofdpersoon en op dezelfde momenten schrikken. Je krijgt dezelfde kick als in een achtbaan: het is een fysieke beleving.’

Dat juist jongeren groot liefhebber zijn van horrorfilms, vindt Verstraten niet vreemd. ‘Op jonge leeftijd ben je meer op zoek naar sensatie. Je hebt als scholier stiekem best een saai leven: naar school, voetballen, pianoles. Bij horrorfilms kun je je overgeven aan de duistere kanten in je ziel. Mijn jongste dochter bijvoorbeeld: zij is totaal niet rebels, maar door naar horrorfilms te kijken kan ze wel een rebel zijn.’

Dat veel horrorfilms pas voor zestien jaar en ouder zijn, maakt het alleen nog maar aantrekkelijker.

Steeds realistischer

Een horrorfilm kijken, dat kan helemaal geen kwaad, vindt Verstraten. ‘Zolang het maar een goede is, zoals The Silence of the Lambs of Psycho.’ Al kan het volgens hem wel zo zijn dat we een film van twintig jaar geleden nu minder eng vinden. ‘We raken toch steeds meer aan dingen gewend. Horror is steeds meer mainstream geworden.’ Door nieuwe technieken kunnen films ook steeds realistischer worden gemaakt. ‘Daar moeten makers trouwens wel mee oppassen’, waarschuwt Smits. ‘Als er te veel effecten worden gebruikt, wordt een verhaal echt niet enger. Maar de techniek kan wel helpen een film nog suspense te geven. Als je ervoor kunt zorgen dat de kijker de hele film lang zijn adem inhoudt, dan heb je het goed gedaan.’

Gepubliceerd in 7Days