Menno Woudt

Migranten met een visuele beperking: een onzichtbaar probleem

Een vergeten groep. Zo worden de naar schatting veertienduizend migranten met een visuele beperking in Nederland ook wel genoemd. Op het gebied van integratie lopen zij vaak tegen extra barrières aan. Daar moet iets aan gedaan worden, vinden belangenbehartigers en migranten met een visuele beperking zelf.

Een nieuwe taal en een andere cultuur: het zijn slechts twee van de aspecten waar migranten mee te maken krijgen. De weg naar zelfstandigheid is al een hele opgave, maar voor migranten met een visuele beperking al helemaal, stelt Tonny van Breukelen. Jarenlang was ze docente Nederlands, maar naarmate haar visuele beperking groter werd stopte ze daarmee. Vanaf 1998 begon ze met het lesgeven aan migranten met een visuele beperking. “In het begin waren dat er maar weinig”, vertelt Van Breukelen. “Ze leven vaak geïsoleerd en weten de weg naar ondersteuning niet te vinden. Door de vele obstakels blijven ze onzichtbaar.”

Tonny van Breukelen, met op de achtergrond de omslag van “Bloemen langs de weg.” Foto: Tonny van Breukelen

Ontheffing

In Bloemen langs de weg, het boek dat Van Breukelen over dit onderwerp schreef, haalt ze enkele van de obstakels aan. Het niet spreken van de taal is misschien wel de belangrijkste, stelt Van Breukelen. “Bij de meeste revalidatiecentra kunnen ze niet terecht omdat ze de Nederlandse taal niet spreken. En andersom geldt vaak dat ze ook op taalscholen niet terecht kunnen, omdat ze daar de hulpmiddelen niet hebben.”

Voor migranten met een ernstige visuele beperking geldt dat zij ontheffing kunnen krijgen voor het inburgeringsexamen. “Ze leren daardoor de taal en de cultuur niet. Bovendien ontvangen ze ook geen lening van tienduizend euro voor scholing. Ze komen dus meteen al op een zijspoor terecht.”

Amany Shalha erkent dit probleem. Zij vluchtte twee jaar geleden vanuit Syrië naar Nederland. “Ook ik kreeg te horen dat ik vanwege mijn visuele beperking maar beter ontheffing kon aanvragen. Dat klinkt natuurlijk heel fijn, maar de nadelen van zo’n ontheffing worden niet verteld.” Shalha besloot uiteindelijk zelf een taalschool aan te schrijven. “Daar was ik de enige met een visuele beperking: ze zijn er gewoon niet op ingericht.”

Weinig veranderd

De politiek moet meer actie ondernemen, vinden Van Breukelen en Shalha. In 2009 werd een motie van de ChristenUnie aangenomen om, naar voorbeeld van Denemarken, alle migranten met een visuele beperking op taalles te zetten. Tot actie is het, negen jaar later, niet gekomen. “Er is in de loop der jaren weinig veranderd”, vertelt Van Breukelen. “Migranten met een visuele beperking worden nog altijd niet geholpen om de juiste weg naar zelfstandigheid te vinden of kunnen simpelweg niet bij instellingen terecht. Het resultaat is dat ze vaak eenzaam zijn en niet mee kunnen doen.”

Initiatieven

Om migranten met een visuele beperking toch op weg te helpen naar zo veel mogelijk zelfstandigheid schreef Van Breukelen niet alleen een boek, maar zette ze ook haar eigen steunpunt op. Ze geeft nog altijd les en verzamelt voor haar website de verhalen van haar studenten. Het enige andere initiatief voor migranten met een visuele beperking bestaat in Rotterdam: de stichting Beter Zien Anders Kijken.

Jerrel Volkerts, die op zesjarige leeftijd vanuit Suriname naar Nederland kwam en zelf ook slechtziend is, is de oprichter. “Elke week organiseren wij in de buurt een bijeenkomst. Waar Nederlanders met een visuele beperking vaak een groot netwerk hebben, met vrienden en familie, is dat voor migranten vaak niet het geval.” Regelmatig organiseert Volkerts activiteiten, om de betrokkenheid te vergoten. “Op papier lijkt het alsof er veel voor slechtzienden is geregeld, maar in de praktijk valt dat tegen. Je moet binnen de kaders passen, anders val je erbuiten.”

Jerrel Volkerts (derde van links) en Tonny van Breukelen (vijfde van links). Foto: Stichting Beter Zien Anders Kijken

Met hun werk hopen Van Breukelen en Volkerts zo veel mogelijk migranten met een visuele beperking te helpen, al is er nog een lange weg te gaan en zijn er nog duizenden voor wie er nog veel drempels zijn. “Taalles is ongelooflijk belangrijk,” stelt Van Breukelen. “Alleen dan krijg je zicht op opleiding of werk.”

Dit artikel is geschreven voor het project DisPLACE, voor de masteropleiding Publieksgeschiedenis, Universiteit van Amsterdam 2018-2019.

Verder Bericht

Vorige Bericht

© 2020 Menno Woudt

Thema door Anders Norén