Menno Woudt

Historische snippers op social media

Wanneer ik door mijn tijdlijn op Twitter scroll zie ik vooral berichten en meningen, heel veel meningen, over actuele kwesties. Maar af en toe duikt er plots een zwart-witfoto op. Die is meestal afkomstig van het Twitteraccount History In Pictures dat ik volg. Een afbeelding van een voetballende president Ford, een kiekje van Albert Einstein in z’n pantoffels, of de laatste bekende foto die van Adolf Hitler is gemaakt. Het zijn korte, historische snippers die op social media voorbij vliegen. 

History In Pictures is slechts een van de vele accounts die historische content plaatsen. Een van mijn favorieten is Medieval Reactions, waarbij middeleeuwse prenten tot memes worden gebombardeerd.

Niet alleen op Twitter, ook op andere social media zijn tal van historische accounts te vinden. Zo volg ik op Instagram sinds kort het account Geschiedenislessen, waarbij de ene dag een foto van minister Marga Klompé wordt geplaatst, en de andere dag een portret van keizer Claudius.

Clickbaits

Berichten op social media met een historisch tintje, wat kun je daar nou op tegen hebben? Nou, een heleboel, schrijft Rebecca Onion (2014). Ze is een van de historici die al jarenlang ten strijde trekt tegen deze ‘online clickbaitmachines’. Ze stipt enkele punten van kritiek aan.

Ten eerste zouden deze accounts te veel nadruk leggen op populaire historische gebeurtenissen en personen. JFK, Abraham Lincoln, Marilyn Monroe en andere (overleden) Hollywoodsterren krijgen onevenredig veel aandacht. Ten tweede wordt er in de berichten amper informatie gegeven. Waar is het gemaakt? Wat is het verhaal? En wie heeft de foto gemaakt? Het niet vermelden van een fotograaf of eigenaar is niet alleen een blijk van desinformatie, het is ook nog eens in strijd met copyright. Als het al een echte foto is: Onion stelt tot slot dat sommige van de gedeelde foto’s hartstikke fake zijn.

Zulke accounts op social media zijn een schande voor ‘de ware complexiteit die de geschiedenis behelst’, stelt Onion. Haar collega Sarah Werner (2014) gaat nog verder en vervloekt de makers: ‘Geschiedenis is geen speelgoed, geen bron voor amusement!’

Onderschriftjes

Ik geef meteen toe: ze hebben ergens natuurlijk wel een punt. De onderschriftjes kunnen best ietsje uitgebreider, en iets meer context is altijd welkom. En controleren of een foto niet fake is, dat is wel het minste dat je als maker kan doen.

Over die makers gesproken: bij vrijwel geen enkel account staat informatie over door wie het wordt beheerd. In het geval van History in Pics is dat ontrafeld: het blijken twee tieners te zijn, die niet zozeer uit zijn op het publiek verrijken met historische kennis, maar vooral zoveel mogelijk clicks willen verzamelen.

Fun

Is dat erg? Als je het mij vraagt: nee. Volgens Onion en Werner kan geschiedenis niet viral gaan en moet het altijd uitgebreid, in de juiste context, met de juiste vermeldingen. Dat zou inderdaad beter zijn, maar in zo een online wereld leven we simpelweg niet. Waarom zou je geschiedenis niet als speelgoed mogen gebruiken? Waarom mag het niet fun zijn?

Dat juist historische celebrities – omdat ze bloedmooi waren of juist een afgrijselijke dictators – worden gebruikt is alleen maar logisch: dat spreekt het publiek aan. Laat dat nou ook de bedoeling zijn van social media: mensen bereiken. Het zijn snippers van de geschiedenis, en het beweert ook niet meer te zijn. En nog een voordeel: veel foto’s zijn inmiddels zo lang geleden gemaakt dat het auteursrecht is komen te vervallen.

Natuurlijk: fake news moeten we niet hebben, ook niet als het een eeuw oud is. En iets meer informatie, over de herkomst van de foto of wie er eigenlijk achter het account schuilgaan, zou geen kwaad doen. Maar door een simpele tweet in je tijdlijn elke dag toch even in aanraking komen met de geschiedenis, is mooi meegenomen – als is het maar een snipper.

Dit artikel is geschreven voor de masteropleiding Publieksgeschiedenis, Universiteit van Amsterdam 2018-2019

Verder Bericht

Vorige Bericht

© 2021 Menno Woudt

Thema door Anders Norén