Menno Woudt

Mag je spelen met de tijd?

Vrijdag start op de NPO de nieuwe documentaireserie 80 Jaar Oorlog over, precies, de Tachtigjarige Oorlog. Net als bij enkele eerdere historische reeksen heeft de ‘volwassen’ reeks ook een klein, komisch broertje: Welkom bij…, een historische comedyserie in talkshowvorm. Daarbij worden regelmatig ‘lijken uit de kast getrokken’. Hoe erg is het om als maker een beetje met de tijd te spelen?

‘Hij is eigenlijk al eeuwen dood, maar speciaal voor ons maakt hij een uitzondering.’ Zo heet presentatrice Dorine Goudsmit (gespeeld door Plien van Bennekom) haar gasten welkom. En dat zijn niet de minste namen: koning Willem I, Hugo de Groot, Michiel de Ruyter en zelfs Caesar kwamen al eens op bezoek. Daar kunnen Twan Huys en Matthijs van Nieuwkerk alleen maar van dromen.

De afgelopen jaren verschenen onder andere de reeksen Welkom bij de Romeinen, Welkom in de IJzeren Eeuw en Welkom in de Gouden Eeuw. Vanaf zondag wordt daar Welkom in de 80-jarige Oorlog aan toegevoegd (met koning Filip als eerste gast, niet slecht!).

De serie, bedacht door Niek Barendse, is elke aflevering opnieuw een knetterende combinatie van feit en fictie. Daarbij vliegen de anachronismen je om de oren, ofwel: heel historisch juist en correct is het allemaal niet. Er wordt behoorlijk wat gespeeld met de tijd, wat zich bijvoorbeeld uit in kennis of taalgebruik. Voorbeeld: Jan Pieterszoon Coen, die aan Dorine vraagt: ‘Heb je Doutzen Kroes gezien in Nova Zembla?’ Een geluk voor de échte Jan Pieterszoon Coen dat-ie dat nooit heeft hoeven zien.

En zo worden meer historische gebeurtenissen in een modernere context geplaatst. De moord van Caesar wordt besproken in Opsporing Verzocht. Het schildertalent van Vincent van Gogh wordt beoordeeld in So You Think You Can Paint. De strijd tussen Gomarus en Arminius wordt beslecht door een bokswedstrijd. En in diezelfde aflevering wordt (ont)hoofdgast Johan van Oldenbarnevelt op het einde verrast door prins Maurits, die ‘Het spijt me’ begint te zingen.

Toegankelijker

Het sleutelwoord bij alle series van Welkom bij… is: humor. Of, zoals de makers zelf schrijven: ‘Humor waar je iets van opsteekt’. Een toverwoord, als je het mij vraagt, wat zeker sommige zware, ingewikkelde onderwerpen kan verlichten en versimpelen. Bovendien maakt humor een historische serie toegankelijker voor een groter, en in dit geval jonger publiek (De Groot, 2009). Of je de serie nu ziet als een geschiedenisles of enkel en alleen als vermaak: je steekt er, bewust of onbewust, iets van op. Om daarbij feit van fictie te onderscheiden worden zo nu en dan bordjes ‘Echt waar’ getoond, om de kijker niet in het ongewisse te laten.

Welkom bij… zal door een rechtlijnige historicus vast en zeker als simplistisch, te ongenuanceerd en soms zelfs historisch onjuist worden beoordeeld. Van Oldenbarnevelt die ‘okidoki’ zegt, daar zullen de nekharen ongetwijfeld meteen van overeind gaan staan. Maar ja: zou een jong publiek met net zoveel plezier naar een serie kijken waarin een historicus feitelijk zou vertellen hoe de zeventiende-eeuwse staatsman aan zijn einde is gekomen, en welke abstracte, drijvende krachten daarbij een rol speelden?

Mijn gok: nee. Geschiedenistelevisie ís verbeelding, dus maak daar gebruik van. Met het maken van vergelijkingen, van analogieën, kan het verleden juist betekenisvol en begrijpelijk worden gemaakt (Knevel & Turpijn, 2015). Een beetje fictie maakt het behapbaar, een beetje humor maakt het aantrekkelijk. Want waarom zou je wel om het heden mogen lachen, maar niet om het verleden?

Ik kan niet wachten om te zien wie er speciaal vanuit de Tachtigjarige Oorlog naar onze tijd komen voor een exclusief interview.

Dit artikel is geschreven voor de masteropleiding Publieksgeschiedenis, Universiteit van Amsterdam 2018-2019

Verwezen naar 

De Groot, J. (2009). Consuming History. New York: Routledge.
Knevel, P. & Turpijn, J. (2015). "Dat is wel eens anders geweest!" Geschiedenis op de Nederlandse televisie’. BMGN-Low Countries Historical Review.

 

Verder Bericht

Vorige Bericht

© 2020 Menno Woudt

Thema door Anders Norén