Menno Woudt

Een introductie: publiek + geschiedenis?

Een ivoren toren, daar heb ik niet zoveel mee. En al helemaal niet om daar de prachtige verhalen die historici zorgvuldig hebben opgegraven veilig, maar onbereikbaar, te bewaren. Die verhalen zijn juist zo belangrijk om het verleden, maar zeker ook het heden, beter te begrijpen – voor iédereen.

De publiekshistoricus kan vele gedaanten aannemen – van conservator tot documentairemaker – maar heeft altijd eenzelfde belangrijke taak: geschiedenis buiten de academische wereld brengen, zodat deze zichtbaar wordt voor een (groot) publiek. De historicus heeft natuurlijk baat bij zijn of haar opgedane kennis en vaardigheden, maar uiteindelijk gaat het om een wisselwerking met het publiek: voor hún is het bedoeld.

Het is daarom belangrijk om als publiekshistoricus aanknopingspunten te zoeken bij het publiek: door in te spelen op hedendaagse kwesties, het collectieve geheugen, of juist persoonlijke ervaringen en herinneringen van het publiek. De publiekshistoricus dient daarom altijd als schakel die, zoals Johnson (1978) betoogt, ‘een platform creëert waarin mensen hun verschillende ideeën en visies kunnen delen’. Daarbij is heldere communicatie van groot belang, waarbij altijd duidelijk moet zijn wat, en aan wie je iets over wilt brengen (Scarpino, 1994).

Het publiek zit aan de knoppen. Dat is een trend die in de mediawereld al jaren zichtbaar is. En die trend sluit goed aan bij het veld van publieksgeschiedenis. Zo’n vijftig jaar geleden werden publiekshistorici voornamelijk nog gezien als de zenders van informatie (Kelley, 1978; Grele, 1981). Nu is het juist aan een publiekshistoricus om te luisteren naar wat het publiek wil en in te spelen op de behoeften. Bovendien zijn er in die vijftig jaar talloze mogelijkheden bijgekomen om publieksgeschiedenis tot stand te brengen: van websites tot documentaires en van games tot augmented reality. Elk medium heeft zijn sterke en zwakke kanten, die elk ook weer aansluiten bij een andere doelgroep.

Is het publiek dan uiteindelijk de baas bij publieksgeschiedenis? Niet helemaal. Juist een publiekshistoricus is in staat om scherpe keuzes te maken. Door het publiek van context te voorzien, maar ze ook te prikkelen om na te denken over andere visies en interpretaties. Door de doelgroep te doorgronden en op basis daarvan een juist medium aan te wenden. Door de juiste toon en het juiste taalgebruik toe te passen. Door lijnen te trekken naar het heden. En door vooral goed in te spelen op wat er zich in de samenleving voltrekt: interactie is het toverwoord (Danniau, 2013). Zonder publiek is een publiekshistoricus immers maar ‘een gewone historicus’.

Dit artikel is geschreven voor de masteropleiding Publieksgeschiedenis, Universiteit van Amsterdam 2018-2019

Verwezen naar

Danniau, F. (2013).Public History in a Digital Context: Back to the Future or Back to Basics?. BMGN - Low Countries Historical Review, v.128, n.4,p. 118-144.

Grele, R.J. (1981). Whose Public? Whose History? What is the Goal of a Public Historian.The Public Historian 3,1, 40-48.

Johnson, W. (1978). Editor’s Preface. The Public Historian, 1,1, 4-10

Kelley, R. (1978). Public History: Its Origins, Nature, and Prospects. The Public Historian 1,1, 16-28.

Scarpino, P.V. (1994). Common Ground: Reflections on the Past, Present and Future of Public History and the NCPH. The Public Historian 16,3, 10-21.

Verder Bericht

Vorige Bericht

© 2020 Menno Woudt

Thema door Anders Norén